Inleiding


Zo, we zijn klaar om te beginnen. De koffie is ingeschonken en de stereo speelt een inspirerend muziekje op de achtergrond. Ik heb de hoofdstukken benoemd en een globale planning opgesteld. Dit geeft een rustig gevoel, al komen er vanuit het onderbewustzijn steeds meer ervaringen naar boven die wellicht zouden passen in dit boek. Ik besluit ze voorlopig kort aan te tekenen in het hoofdstuk waar ze het beste passen.

De afgelopen kerstvakantie las ik een boek over filosofie. Hier werd onder meer ingegaan op het thema ethiek. Zo spreken we vaak over medische ethiek, waarmee wordt bedoeld dat een arts verplicht is zijn beroep uit te oefenen volgens bepaalde ethische richtlijnen. De grondlegger van de Griekse medische wetenschap, Hippocrates, liet zijn leerlingen een eed afleggen alvorens zij werden opgeleid en medische handelingen mochten verrichten. In de huidige samenleving is deze medische ethiek nog steeds actueel. Maar wat heeft dit te maken met informatica? Medische ethiek is immers van belang, omdat medische handelingen betrekking hebben op mensen. Informatica toch niet? Of wel?

De laatste tientallen jaren is de toepassing van informatietechnologie in onze maatschappij enorm gegroeid. Bijna ieder mens draagt wel een aantal computers bij zich. We hebben digitale horloges, mobiele telefoons, bankpasjes en creditcards. Hiernaast maken we vaak dagelijks gebruik van andere computers, zowel zakelijk als privé. We vinden tegenwoordig software in televisies, stofzuigers, koffieautomaten, telefoons, boardcomputers van treinen en vliegtuigen, medische apparatuur, enzovoorts. Maar ook het elektronische betalingsverkeer heeft een vlucht genomen en het beschikbaar komen van internet heeft voor een nog grotere interesse voor computergebruik geleid. Deze grootschalige toepassing van informatietechnologie heeft enorme gevolgen voor de maatschappij. Gezien de onvolwassenheid van de IT-branche en het toenemende aantal toepassingen moet echter worden gevreesd voor catastrofes. Voorbeelden zijn er steeds vaker te vinden. Het uitvallen van een telefooncentrale kan leiden tot het onbereikbaar worden van alarmnummers. Het uitvallen of niet correct functioneren van een boardcomputer kan leiden tot het neerstorten van vliegtuigen. Het onvoldoende beveiligd zijn van computersystemen kan leiden tot misbruik of vernietiging van belangrijke gegevens.

Het is dus niet zo gek om te spreken over ethiek in de informatica, vooral gezien de aanwezige onvolwassenheid. Software projecten worden gekenmerkt door een drietal aspecten. Ze halen de einddatum niet, overschrijden het beschikbare budget en leveren onbetrouwbare applicaties. Gemiddeld bevat een applicatie vijf fouten per duizend regels. Nemen we nu als voorbeeld de hoeveelheid besturingssoftware in vliegtuigen, dan spreken we al gauw over applicaties van vele miljoenen regels software (Boeing 747: acht miljoen regels, heb ik me wel eens laten vertellen).

Informatici die software ontwikkelen, zijn zich niet bewust van de mogelijke schade die hun werk kan aanrichten. Ze hebben gekozen voor het vak vanwege de grote mystiek en de aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden. Informatici genieten bij het ontwikkelen van software een grote mate van vrijheid hoe ze software in elkaar zetten. Er zijn geen basisregels.
Projectleiders zijn ambitieuze informatici, die graag leiding geven en verantwoordelijkheid nemen. Weinigen zijn bekend met en getraind in een bepaalde project management aanpak. Projectleiders volgen meestal een eigen aanpak, gebaseerd op persoonlijke ervaringen uit het verleden. De snel wijzigende technologie en steeds grotere en complexere applicaties maken het uiterst moeilijk om grip te houden op het project. Geruststellend voor hen is het feit dat eventuele uitloop, budgetoverschrijding en het opleveren van een niet-werkende applicatie als normaal wordt ervaren.
Managers hebben zelf veelal geen achtergrond in de informatica. Ze trachten overzicht te houden over de verschillende projecten op basis van het “buikgevoel”. Hiernaast laten ze zich lastigvallen door duurbetaalde adviseurs, die periodiek aankomen met nieuwe producten als “silver-bullet” oplossingen voor de software crisis. Mocht het vuur te heet onder de voeten worden, dan stappen de managers op naar een andere afdeling of een ander bedrijf. Promotiekansen genoeg in deze tijd.

Tijd voor een verandering? Tijd voor wat meer ethisch besef waar we mee bezig zijn?

DE AUTOMATISEERDER ANNO 2001

De automatiseerder had eigenlijk maar één ding aan zijn hoofd: Het Systeem Moest Werken. Een eenvoudige, haast elegante opdracht. Niettemin kostte hem dat elke week meer dan zestig uur. Nou ja, hij kon wel wat hebben: hij was jong, ambitieus en vooralsnog ongebonden, zoals dat heet. Als het ging om verbindingen dacht hij in de eerste plaats aan de oneindige hoeveelheid losse eindjes die bungelden aan computersystemen. Eindjes om aan elkaar te knopen, wanordelijke tentakels om te stroomlijnen tot efficiënte organismen.

De ontwikkelingen op zijn vakgebied gingen snel, razendsnel. Ook wat dat betreft was het voortdurend doorschakelen geblazen. Wie stil stond in dit kolkende marktsegment, legde het loodje. Zo was je aangekoppeld, zo was je afgekoppeld.

Wat vorig jaar nog toekomst was, was dit jaar verleden tijd – soms zelfs onvoltooid verleden tijd: veel systemen haalden de tegenwoordige tijd niet eens. Die logge apparatuur waarmee hij pakweg vijf jaar geleden werkte – onvoorstelbaar dat dat toen technologische avant-garde was. En helemaal onvoorstelbaar hoe banken, verzekeringsmaatschappijen, ziekenhuizen, bedrijven en wat al niet, ooit zonder automatisering hadden kunnen functioneren. In feite bestond de hele maatschappelijke infrastructuur intussen uit niets anders dan een gigantisch Wide Area Network van informatietechnologie.

Hij was maar een radertje in dat netwerk, maar hij wist zich verbonden met het zenuwstelsel van de samenleving. Hij had weleens het idee dat de automatiseringssector invloedrijker was dan de politiek. Neem nou zoiets als de Berlijnse Muur, ja het hele IJzeren Gordijn. Was dat eigenlijk niet vooral omgehaald door de reikwijdte van de telematica? Waren mensen niet door tv-beelden en andere informatie uit het Westen op het idee gekomen dat er meer te koop was in het leven? Informatietechnologie bood mensen een venster op de wereld en op henzelf, daarvan was hij overtuigd.
En er werden steeds meer vensters aan elkaar gekoppeld; geïsoleerde eiland-automatisering was uit - het was alles integratie, standaardisatie en compatibiliteit wat de klok sloeg. Daarbinnen moest je als automatiseerder maatwerk afleveren, en dat betekende: gedegen doorlichtingen van bedrijfsculturen en gedetailleerde informatie-, kennis- en performance-analyses.

Nee, automatisering ging allang niet meer over enkel nullen en enen. En ook de beperkte opvatting van efficiency - met minimale kosten een maximale snelheid en omzet - was ingeruild voor het ruimere kwaliteitsbegrip: kwaliteit van het product, kwaliteit van de service, kwaliteit van het personeel, kwaliteit van de arbeid. Er was meer en meer aandacht voor de kwaliteit van het leven. Een vakblad als de Automatisering Gids schreef bijvoorbeeld ook over sociale problemen als privacybescherming, informatievervuiling en de kwaliteit van de democratie in een vertechnologiseerde toekomst.
Maar hij moest toegeven dat hij nauwelijks tijd had om die dingen te lezen. En dat het doen werken van systemen iets heel anders was dan het hebben van overzicht en greep op het geheel.”

Deze tekst is overgenomen uit [BOO 1992]. Het artikel stamt dus uit 1992. Verouderd? Aan actualiteitswaarde verloren? Wat vindt u?