Voorwoord

 

The D-word

Zelden zal de perceptie van een vakgebied door "leken" zo bezijden de waarheid zijn als bij de handel in derivaten. De handelaren in deze producten worden in diverse artikelen afgeschilderd als whizkids, terwijl een exacte opleiding, veelal zelfs een academische achtergrond, als niet relevante kwalificatie wordt gezien bij het daadwerkelijke selectiebeleid bij Treasury afdelingen. De praktijk laat dan ook zien dat de meest succesvolle handelaren geen geboren beta-wetenschappers zijn, maar commerciŽle koopmannen met een dosis cijfermatig inzicht.

De producten waarin gehandeld wordt worden uitgemaakt voor tijdbommen, waarvan de klok niet zichtbaar is en men dus niet weet wanneer ze afgaan. Het woord "derivative" wordt vervangen door het "D-word", waarmee een indicatie wordt gegeven dat dit onderwerp in veel bedrijven een plaatsje heeft verworven in de taboesfeer. Managers dienen te worden vervangen door rocket scientists om de boel te kunnen doorgronden. In de praktijk blijkt echter een groot deel van de ongevallen met derivaten te maken te hebben met de meest simpele vormen van derivaten, zoals beursgenoteerde futures.

De Grieken creŽerden twee eeuwen na Christus reeds een termijnmarkt in olijfolie, de Vlamingen hadden in de 12e eeuw voor handelsdoeleinden Forward Agreements en in de 17e eeuw zijn futures en opties reeds geÔntroduceerd door de Nederlanders, die daarmee destijds wereldwijd de handel in derivaten domineerden. Iedere manager met enige scholing kan de werking en afhandeling, inclusief de nodige methoden voor toezicht op deze futures, in de kern in enkele uren leren. Dat de Engelse bank Barings failliet ging (waarschijnlijk het meest breed uitgemeten deb‚cle van de jaren ’90) heeft niets met de complexiteit van deze derivaten te maken, maar met foutief management, gebaseerd op verkeerde interne controles en gestimuleerd door een exorbitant bonussysteem voor de hogere verantwoordelijken van de betreffende derivaten-handelaar.

Pleit dit er dan voor om de impliciete en expliciete risico’s van bijvoorbeeld derivaten als totaal identiek aan de risico’s op aandelen en obligaties te beschouwen? Het antwoord hierop is duidelijk nee.

De problemen aangaande juiste risicometing en risicobeheersing van de derivatenhandel zijn velerlei. Vaak is de administratieve organisatie niet naar behoren opgezet, met de nodige mogelijkheden tot fraude. Dit wordt vaak gestimuleerd door prikkelende winstuitkeringsstructuren. Een andere bedreiging ligt in het feit dat veel systemen waar de handelaren hun deals in verwerken (front office), maar ook de systemen waar (idealiter) onafhankelijke functionarissen de deals administreren en met de tegenpartij confirmeren (back office) niet geheel geschikt zijn voor de producten die er worden verhandeld. Ook al kunnen producten conceptueel goed worden begrepen, dan wil dit nog niet zeggen dat de diverse verwerkende systemen dit met de hun ter beschikking staande velden op volledige maar met name doorzichtige wijze kunnen vastleggen. Dit heeft tot gevolg dat een totaaloverzicht over de tegenover elkaar staande on- en off-balance producten veel inspanning en vakkennis vereist bij de ontwikkelende en rapporterende afdelingen (Management Accounting, Risk Management etc.).

Dit boek is dan ook voor een deel gewijd aan het analyseren van het risico op derivaten en meer in het algemeen portefeuilles (al dan niet bestaande uit derivaten). Voor wat betreft het meten en analyseren van marktrisico is het derivaten-product slechts ťťn van de vele productsoorten, en wordt er met name naar toegewerkt een derivaat vanuit risico-oogpunt zoveel mogelijk te interpreteren als een on-balance product zoals een obligatie, aandeel etc. Deels is dit niet mogelijk, met name in geval van optie-achtige producten, hetgeen een meer wiskundige analyse vereist. Voor debiteurenrisico is het derivatenproduct essentieel anders in vergelijking met traditionele producten zoals leningen en obligaties, omdat veel derivaten geen of slechts zeer beperkte uitwisseling van hoofdsommen hebben. Is bij een traditioneel product meestal de uitgeleende hoofdsom grotendeels het bedrag dat verloren wordt bij niet nakoming aan de zijde van de tegenpartij, in geval van derivaten is het meer het potentiŽle bedrag dat het derivaat in de toekomst waard kan worden in de markt datgene wat het debiteurenrisico bepaalt.

In dit boek ligt, naast een introductie in de beheersaspecten en operationele risico’s, de nadruk duidelijk op het meten van marktrisico van financiŽle portefeuilles (bestaande uit zowel "eenvoudige" on-balance producten als derivaten) en debiteurenrisico voor portefeuilles bestaande uit derivaten. Dit zijn de onderwerpen waar naast gezond verstand en goede management inzichten tevens techniek een grote rol speelt. Alhoewel reeds is aangehaald dat de fouten vaak op andere vlakken dan wiskunde en economische kennis liggen, zijn er ook voldoende voorbeelden in binnen- en buitenland waar wel degelijk een gebrek aan productkennis, gecombineerd met gebrekkig statistisch en mathematisch inzicht een financiŽle ramp tot gevolg hadden. En aangezien ook het management hier een rol speelde bij de (foutieve) beslissingen, is dit boek zo opgesteld dat zowel specialist als generalist baat kunnen hebben bij dit boek.

 

Doelgroep(en)

Het boek richt zich met name op:

  1. Bancair management van treasury en trading units en andere afdelingen die te maken hebben met actieve schuldtitel- en derivatenhandel;
  2. Management van niet-bancaire ondernemingen c.q. business units die zich bezighouden met treasury activiteiten als secundaire, ondersteunende activiteit van het totale bedrijfsproces;
  3. Medewerkers van afdelingen risk management, controller, management accounting, informatietechnologie en internal audit die in de bancaire of niet-bancaire sector maatstaven voor marktrisico en debiteurenrisico moeten implementeren, rapporteren en analyseren;
  4. Studenten bedrijfseconomie en econometrie met financiering en belegging als keuzevak of afstudeeronderwerp.

 

Indeling boek

Het boek is zo opgezet, dat lezers met verschillende doelstellingen efficiŽnt delen van het boek kunnen lezen dan wel overslaan. De paragrafen lopen van beschrijvend naar meer kwantitatief econometrisch. De meer kwantitatieve paragrafen, die toch interessant zijn voor generalisten die risk management ook in operationele vorm willen leren beheersen, zijn aangeduid met een + teken. Voor specialisten die zich bezighouden met modelontwikkeling en technische analyse op het gebied van risk management zijn de meer wiskundige paragrafen die met een ++ teken zijn aangeduid interessant.

De eerste drie hoofdstukken zijn duidelijk gericht op financial risk management in zijn meest brede vorm, met name identificaties van verschillende risicovormen en de structurering van het risk management proces.

Hoofdstukken 4 tot en met 9 gaan in op de twee belangrijkste vormen van financiŽle risico’s waar methodologische aspecten een belangrijke rol spelen: marktrisico en debiteurenrisico voor derivaten. Hier wordt duidelijk de opbouw van beschrijvend naar zeer mathematisch gevolgd. Hoofdstuk 8 betreft een gasthoofdstuk, geschreven door Jaap Karelse (Zanders & partners Treasury consultants), waarbij (markt) risicobeheer vanuit een niet-bancaire hoek (met een casus uit de woningbouw) wordt beschreven, met aangepaste maar uit de bancaire wereld afgeleide concepten. Het laatste hoofdstuk betreft de rol, zowel kwantitatief als kwalitatief, van de diverse toezichthouders aangaande risicobeheer. Deze rol is de laatste jaren door ontwikkelingen in technologie en wetgeving sterk aan verandering onderhevig.

Met dank

Een groot aantal personen heeft een bijdrage geleverd aan dit boek. Een aantal van hen wil ik in het bijzonder danken voor hun bijdrage: Koos Timmermans en Huib ter Haar voor hun inhoudelijke review werkzaamheden, Mark van Beurden voor zijn technische ondersteuning, Franka van Oorschot voor haar bijdrage aan het manuscript en Sofieke van den Hout voor het omslagontwerp.