|
Voorwoord
Toen ik ruim tien jaar geleden het EDI Handboek schreef, was het elektronisch handelen tussen organisaties voorbehouden aan grotere en machtige organisaties. In die tijd waren dure huurlijnen en postbussennetwerken randvoorwaarde voor de communicatie. Sinds de opkomst van internet is on-line communicatie betaalbaar geworden voor nagenoeg alle bedrijven en consumenten. Nieuwe protocollen hebben hun intrede gedaan. Waar met
EDI een begin werd gemaakt met B2B (Business-to-Business) is met internet ook een andere vorm ontstaan: B2C (Business-to-Consumer).
Internet is voor vele organisaties een extra distributiekanaal geworden. Bestaande organisaties zagen zich geplaatst voor te ontwikkelen internet strategieën, wel of niet internet omarmen? Wel of niet rechtstreeks aan klanten leveren of het traditionele netwerk van tussenhandel en agenten handhaven?
Ook na de dotcom hype, waar in de hoogtijdagen torenhoge verliezen samengingen met omhoog spuitende aandelenkoersen, is eBusiness niet meer weg te denken. Steeds meer organisaties zullen steeds meer omzet halen via internet transacties. In de kern is het concept van EDI van tien jaar geleden nog steeds toepasbaar bij eBusiness, maar de wereld is sterk veranderd. Er zijn nieuwe
protocollen en nieuwe standaarden ontwikkeld, waarmee organisaties hun toepassingen op hun eigen manier interactief ontsluiten. Deze interactieve ontsluiting wordt ook wel een webservice van een toepassing genoemd. Waar bij EDI van tevoren afspraken werden gemaakt tussen vaste handelspartners, is bij eBusiness een veel lossere relatie denkbaar, eventueel eenmalig, gebaseerd op het concept van webservices. Dit raakt ook de kern van de uitdaging die eBusiness het komende decennium moet oplossen: de standaarden laten te veel vrijheid toe. Om deze vrijheid in te perken gaan bestaande organisaties samenwerkingsverbanden aan voor het maken van afspraken.
Ik richt mij in dit boek vooral op een methodische aanpak om toepassingen in één of meer organisaties te laten communiceren voor de ondersteuning van bedrijfsprocessen. ICT (Informatie- en Communicatie Technologie) in zijn meest brede zin omvat
selectie, parametrisatie, integratie en implementatie van pakketten. Integratie van eigen bedrijfsprocessen met die van afnemers en toeleveranciers vereist interactie tussen deze pakketten.
Integratie van product- en dienstverlening van toeleveranciers in de eigen product- en dienstverlening is het uitgangspunt van deze integratie. Naast de uit te wisselen gegevens speelt ook de volgorde van deze uitwisseling een rol. Vragen als welk onderdeel van mijn dienst is een bottleneck en wat doe ik als er een fout bij de uitvoering optreedt moeten worden beantwoord. Flexibiliteit in dienstverlening staat daarbij voorop: het moet relatief snel mogelijk zijn nieuwe diensten met ICT te ondersteunen.
Procesbesturing vormt één van de basiscomponenten voor integratie. Het stelt organisaties in staat als component in een
organisatienetwerk te functioneren.
Dit boek is met name bestemd voor personen die belast zijn met de ontwikkeling, het onderhoud en de invoering van integratievraagstukken tussen pakketten en met personen, respectievelijk Business-to-Business (B2B) en Business-to-Consumer (B2C) genoemd. Ook als er al een keuze voor bepaalde toepassingen is gemaakt, bijvoorbeeld een bepaalde ERP oplossing, is ons inziens een gestructureerde aanpak voor onderlinge integratie van deze toepassing met zijn omgeving nodig. In tweede instantie kan dit boek ook worden gebruikt om anderen inzicht te geven in de methode. Het boek vormt tenslotte een leidraad voor degenen die generieke software wensen te ontwikkelen of die bestaande toepassingen willen integreren.
De nadruk ligt in dit boek op een gestructureerde aanpak voor ontwikkeling van integratievraagstukken van diensten, zogenaamde business services. Aangezien eBusiness een directe relatie met opbrengsten uit dienstverlening heeft, zijn hoge kwaliteitseisen nodig.
Kwaliteit wordt in deze bepaald door een aantal aspecten, te weten:
- Volledig: alle mogelijke interacties zijn ontworpen en zijn daarmee in principe te realiseren en implementeren.
- Correct: de ontworpen toepassingen zijn ook in de praktijk toepasbaar.
- Consistent: het ontwerp bevat geen tegenstrijdigheden die leiden tot problemen bij de realisatie.
- Eenduidig: interpretatieverschillen worden zoveel mogelijk uitgesloten om te voorkomen dat verschillende implementaties en daarmee problemen in de interactie tussen die implementaties ontstaan.
- Veilig: ongeautoriseerde gebruikers hebben geen toegang tot informatie en kunnen deze ook niet zonder toestemming wijzigen of inzien.
- Ontkoppeling: twee toepassingen, al dan niet in verschillende organisaties, communiceren onderling met minimale afspraken. Wijzigingen van één van deze toepassingen hebben geen invloed op de andere toepassing.
- Flexibiliteit en uitbreidbaarheid: een ontwerp voor interactie tussen toepassingen is uit te breiden, waarbij elk van de toepassingen onafhankelijk van de andere toepassingen dit ontwerp implementeert. Een ontwerp moet dus ‘upwards compatible’ zijn. Ook heeft het toevoegen van nieuwe toepassingen geen invloed op het gedrag van die andere toepassingen.
Deze laatste twee eisen zijn in veel gevallen te realiseren met een zogenaamde informatie-ontkoppelpunt. Dit ontkoppelpunt ondersteunt een volledig ontwerp voor communicatie met andere toepassingen, terwijl elke toepassing op zijn wijze op het ontkoppelpunt aansluit. Dit soort ontkoppelpunten is centraal voor meerdere organisaties te realiseren of bij elke organisatie afzonderlijk.
Een gestructureerde aanpak is op verschillende manieren te beschrijven. Een zogenaamde top-down beschrijving vanuit concepten naar ondersteuning van die concepten met software is één manier. Een andere is om vanuit een software te onderzoeken op welke wijze deze software is in te stellen en welke aspecten een rol spelen bij integratie. Ik heb getracht dit boek op te bouwen door vanuit integratiesoftware te starten. Daarbij ontkom ik er niet helemaal aan om als dat nodig is concepten toe te lichten.
Ik hoop dat dit boek een bijdrage levert aan het tot stand komen van een elektronisch equivalent van organisatienetwerken. Met de voorgestelde aanpak komt de
virtuele organisatie een stap dichterbij. Ik heb getracht elke paragraaf te voorzien van meerdere voorbeelden om de tekst zo inzichtelijk mogelijk te maken. Ik hanteer
klassediagrammen om concepten te beschrijven en eenduidiger de samenhang tussen deze concepten te specificeren. Daarnaast zijn de klassediagrammen ook om te zetten in een
XML Schema dat weer dienst kan doen als instelling van software. Met het gebruik van klassediagrammen toon ik aan dat ook standaarden functioneel te specificeren zijn, in tegenstelling tot veel ontwikkelde internet standaarden die direct XML specificaties opleveren.
In dit boek gebruik ik de meervoudsvorm ‘wij’. Veel personen binnen en buiten ons bureau hebben bijgedragen aan mijn inzicht en kennis. Ik wil dan ook iedereen bedanken die een bijdrage heeft geleverd aan de totstandkoming van dit boek. Dit zijn natuurlijk mijn klanten zonder wie het niet mogelijk is te putten uit een rijke ervaring die de basis is voor deze aanpak. Zonder alle klanten met name te noemen wil ik hier ondersteuners van het eerste uur als Stichting Uniforme Transport Code en Assurantie Data Netwerk, tegenwoordig bekend als ABZ Holding, vermelden. Ook ondersteuning van de Europese Commissie bij het tot stand komen van het zogenaamde Transit systeem voor doorvoer van goederen binnen Europa wil ik niet onvermeld laten, evenals het EDO project (EDO: Elektronisch Dossier Overheid) met als opdrachtgevers de gezamenlijke havenautoriteiten vertegenwoordigd in de Nationale HavenRaad en Douane. Ook bij OAD heb ik de nodige kennis opgedaan die mij heeft geholpen bij het schrijven van dit boek, evenals bij NIB Capital.
Mijn collega’s kan ik natuurlijk niet vergeten te vermelden, met name Andries van Dijk en Piet van der Vlist. Zij hebben mij gedurende de afgelopen tientallen jaren steeds geholpen en ondersteund en hebben ook hun commentaar op delen van dit boek gegeven. Daarnaast bedank ik mijn collega’s van de Service Line Architectuur en Integratie voor hun klankbordfunctie. Met name wil ik Mark de Weger, Pim Hengeveld Robert van der Toorn, Paul de Crom en Peter van Eijk bedanken voor hun bijdrage. Ook mijn ex-collega George Leih wil ik hierbij bedanken. Daarnaast heb ik ook bij het schrijven in ruime mate kunnen putten uit de ervaring van alle Deloitte &Touche collega’s verspreid over de gehele wereld. Het interne kennisnetwerk van Deloitte & Touche maakt het mogelijk snel antwoorden te krijgen op vragen en geeft een actueel overzicht van de laatste stand van zaken voor het onderwerp van dit boek.
Zonder iemand tekort te doen ben ik natuurlijk mijn levensgezellin Désirée en kinderen Jelle, Wypkje en Auke erkentelijk voor het gebruik van hun tijd tijdens een drukke baan om in hun ogen alweer een volgend boek te schrijven. Als ik dan ook nog met ideeën kom voor nog andere boeken, word ik afgeremd. Als ik voor mijzelf spreek hoop ik dat dit boek voldoet aan een vraag in de markt, hetgeen mij noodzaakt de kennis op peil te houden. In dat geval sluit ik een herziene druk zeker niet uit.
Graft, 2003
|