Kabinetscrisis in de
file
Minister
Smit-Kroes heeft om twee uur een afspraak met Lubbers, Ruding en
Nijpels. Zij zit achterin haar ministersauto en zij en haar
chauffeur rijden richting Den Haag, maar komen vanuit Amsterdam om
half twee ter hoogte van Roelofarendsveen vast te zitten op de
A4.
Smit-Kroes:
Zo, dat zit goed dicht zeg. We staan al vijf minuten stil en er
lijkt geen schot in te komen.
Chauffeur:
Als je het mij vraagt staan we hier om zes uur nog. Er is vast een
ongeluk gebeurd.
Smit-Kroes:
Ik zal maar even bellen dat we in de file
zitten.
Ze
belt naar de secretaresse van Lubbers
Smit-Kroes:
Dag Loes, met mevrouw Smit-Kroes. Ik zou om twee uur bij de heer
Lubbers zijn, maar ik sta vast in een ongehoorde file. Zou je de
heren willen doorgeven dat ik verlaat ben?
Secretaresse:
0, u ook al? Meneer Lubbers belde ook net dat hij vaststaat in een
file. Maar ik zal het even doorgeven.
Smit-Kroes:
Laat maar, ik bel hem zelf wel.
Smit-Kroes
kiest het autotelefoonnummer van Lubbers
Smit-Kroes:
Dag Ruud, ik hoorde dat je vaststaat in een file en ik wou je
vertellen dat ik ook ergens stil sta.
Lubbers:
Ha Neel, zo jij ook, ik sta hier al zo'n tien minuten en je weet
onze afspraak. Elke minuut file waar ik in sta, een ton van je
budget af. Even kijken, .. uh, ik sta dit jaar al op 587 minuten,
ofwel een kleine zestig miljoen. Maar goed, ik kom net uit het World
Trade Center, je weet wel voor die toespraak over '92, ging er in
als zoete koek.
Smit-Kroes:
Maar sta je dan ook op de A4?
Lubbers:
A hoeveel dat weet ik niet. Die nummers vergeet ik altijd. In elk
geval tussen Schiphol en Leiden.
Smit-Kroes:
Da's toevallig, ik ook, maar op welke hoogte?
Lubbers:
Ik zie hier links een molen en een eindje verderop lichtmasten
en
Neelie:
Wat, daar sta ik ook! Ja, verdraaid, ik zie je nota bene drie auto's
voor me! Hoe is het mogelijk. Kom even naar me toe. Dan zal ik je
een kopje koffie presenteren.
Lubbers:
Heb jij koffie? Ik kom eraan.
Lubbers
stapt uit z'n auto, terwijl automobilisten om hem heen beginnen te
zwaaien. Hij zwaait bescheiden terug en met een paar ferme passen
staat hij voor de auto van Neelie. Neelie opent het
veiligheidsportier en Lubbers stapt in.
Smit-Kroes:
Wat gezellig. Ik zal je meteen m'n nieuwe Philips auto-espresso
apparaat demonstreren. Gekregen toen ik laatst een spreekbeurt moest
houden in Eindhoven. Het is werkelijk fantastisch. Kijk, ik druk op
de knop en moet je luisteren. Je hoort hem pruttelen. Prachtig toch,
jij geen suiker hè.
Lubbers:
Niet gek zeg. En zo snel. Dat is nog wel even anders dan dat verkeer
daar buiten.
Smit-Kroes:
Gaan we katten? Kom op joh, we kunnen er op dit moment toch niks aan
doen. Laten we er van genieten.
Lubbers:
Ik heb er ook zo tabak van. Mijn hemel, het is zo ongeveer het
ergste wat er aan ons werk vastkleeft. Al dat reizen en dan nog eens
stilstaan. Soms denk ik er wel eens aan om me terug te trekken,
echt. Het komt m'n strot uit, zo vol is dit landje. Ik bedoel we
leven in een democratie, maar ik voel me af en toe verstikt door de
massa. En files zijn een symptoom daarvan. Ik weet het, het is
onredelijk, maar dat je in je mond het woord genieten durft te
nemen, terwijl we in de file staan, daar kan ik gewoon niet bij. Wat
ben je nou voor minister. Niet Verkeer en Waterstaat, maar Verkeer
en Wat Er Staat. Wat er staat, staat stil Neelie, wat er staat is
een file. Dat is moordend voor de economie. Geld moet rollen en
auto's ook.
Neelie
kijkt verschrikt haar baas aan
Lubbers:
Sorry, ik laat me gaan. Je hebt gelijk, we kunnen er nu niets aan
doen. Die koffie is echt goed zeg. Geef me nog maar zo'n kopje.
Trouwens, waarom hebben niet alle ministers zo'n apparaatje
gekregen? Als je er voor mij ook nog een kunt regelen, dan zal ik
wat fileminuten ter compensatie afboeken. Wat dacht je van vijf
minuten?
Smit-Kroes:
Vooruit, maar ik kan er niet tegen als je me afvalt. Dat soort
dingen zeg je toch hopelijk niet tegen de anderen hè?
Lubbers:
Nee... lie, nee hoor maak je niet ongerust. Bij jou durf ik me te
laten gaan. Dat moet je eerder zien als vriendschap. Zie je me ooit
uitvallen naar mijn vijanden. Dat laat ik toch nooit merken? Ik wil
je niet pijn doen, maar tegen jou denk ik altijd alles te kunnen
zeggen wat ik denk en voel. Sorry dat ik zo uitviel, kom kijk niet
meer zo beteuterd.
Smit-Kroes:
Maar Ruud, ik hoef me toch bij jou niet groot te houden, dat doe ik
al zoveel jaar voor iedereen, voor de media, en... voor jou hoef ik
niks te verbergen of niet. Ik voel me ook wel eens rot. Dacht je dat
ik het leuk vond dat we hier stil staan? Na die ene keer over de
vluchtstrook toen andere automobilisten me herkenden en het in de
kranten kwam, kan ik toch ook niet anders dan hier braaf zitten
wachten?
Lubbers:
Hé, Neel, je gaat toch niet huilen, kom nou, het is geen drama. Zo
erg is het toch ook niet dat we hier stil staan. Het is niet jouw
schuld. Hé kop op. Drink je koffie op. Hier.
Lubbers
legt troostend een arm over Neelie en prompt wordt er achter hen
luid geclaxoneerd.
Lubbers:
Verdomme, we kunnen hier ook niks. Wat zullen ze nou weer in de
kranten schrijven. Klote files. Laat die mensen toch oprotten. We
moeten de wegenbelasting vertienvoudigen. Dan kruipen ze misschien
met z'n vieren in de auto of gaan ze met de trein. Neelie, we zullen
ze een poepie laten ruiken. Reiskostenforfait, daar beginnen we mee.
Dan de benzineprijs, dan een milieuheffing, dat is politiek altijd
haalbaar. Dat is onze redding. Het milieu. Dat was vroeger een
bedreiging weet je nog, nu komt het ons mooi uit. Neel, tot
straks.
Neelie
kijkt met natte ogen omhoog naar Lubbers.
Smit-Kroes:
Ruud, tien minuten eraf, 0K?
Lubbers:
Vooruit een kwartier en hou je taai.
Lubbers
stapt uit en er volgt een gierend geluid van remmen, een luide knal
en even verderop komt een auto afwisselend botsend tegen auto's en
vangrail tot stilstand. Lubbers staat paf. Dat scheelde een haar.
Weer zo'n idioot die met grote vaart over de vluchtstrook
reed.
Smit-Kroes:
Ruud, alles 0K?
Lubbers:
Nou nee, ik vrees dat dit weer een half uurtje extra betekent, maar
verder alles 0K.
Smit-Kroes:
Je had wel dood kunnen zijn! Wat ben jij
nuchter.
Lubbers:
Ik hoop dat die brokkenpiloot ook nuchter is. Ga je mee even kijken?
Verdraaid, ik zie daar geloof ik Nijpels uit de wagen stappen. Dat
kan niet waar zijn hè.
Smit-Kroes:
Ruud, pas op, achter je!
Lubbers
springt opzij tegen Neelie's auto aan. Gierende remmen, schurend
blik en met een luide knal botst de auto tegen die van
Nijpels.
Lubbers:
Ruding I presume?
Smit-Kroes:
Dan kunnen we gewoon met z'n vieren bij mij in de auto
vergaderen!
Lubbers:
Tjonge, wie van ons is er hier nuchter?
Lubbers
kijkt voor de zekerheid achterom, ziet niemand over de vluchtstrook
aan komen rijden en wandelt rustig naar de op elkaar gebotste
auto's. Hij besluit op dat moment dat hij met deze ploeg niet in een
volgend kabinet voor de dag kan komen.