File angst

 

Henk F. zit in de Raad van Bestuur van een Nederlandse multinational en hij is de financiële man. Hij woont met zijn vrouw buiten de Randstad in een landelijke omgeving. Zij liggen vroeg in bed, want de volgende dag moet hij op de aandeelhoudersvergadering het financieel verslag presenteren. Het gaat gelukkig goed met het bedrijf. De winstverbetering is gunstiger dan verwacht en iedereen zal tevreden zijn, maar Henk maakt zich zorgen over zijn eigen presentatie. Hij is bang dat hij niet op tijd achter de bestuurstafel zal zitten. De andere bestuursleden zullen dan om zich heen kijken en zich afvragen waar hij blijft, terwijl hij vast staat in de file. Zoiets was hem al bijna overkomen. Ook herinnert hij zich het verhaal van een topmanager die na een geheim bezoek aan zijn minnares in New York, plotseling geen vlucht meer terug kon krijgen en daardoor de aandeelhoudersvergadering niet kon voorzitten.

Henk kan de slaap niet vatten. Zijn vrouw is al in diepe rust, terwijl hij maar ligt te tobben. Stilletjes sluipt hij naar beneden en belt zijn chauffeur Rinus op met de vraag of deze hem voor de zekerheid nog een half uurtje eerder wil ophalen. Enigszins gerustgesteld kruipt hij daarna weer naast zijn vrouw in bed. Toch doet hij bijna geen oog dicht. De files blijven door zijn hoofd spoken.

De volgende morgen loopt hij met door vermoeidheid prikkende ogen naar de douche. Als hij door het badkamerraam naar buiten kijkt, ziet hij niet veel. Het raam lijkt wel beslagen, maar dat kan nog niet. Het mist als een gek. Hij had de vorige avond ook niet naar het weerbericht gekeken, maar wat een geluk dat hij de chauffeur had gevraagd een half uur eerder te komen! Na het douchen voelt hij zich iets beter.

Eenmaal beneden denkt hij weer aan de mist en voelt zich verrast. Wie in de Raad van Bestuur zit, houdt niet van verrassingen. Ook Henk wil niets aan het toeval overlaten.

Zijn presentatie met prachtige dia's had hij al enkele dagen geleden afgerond. De interne accountant had alle cijfers en grafieken gecontroleerd, de PR-afdeling had alle teksten nog eenmaal kritisch doorgelezen en zijn secretaresse had alles keurig bij elkaar gelegd en gekopieerd. Zij zou een reservesetje meenemen en hijzelf had ook een setje bij zich. Hij ontbijt samen met zijn vrouw en wacht op de chauffeur. Meestal drinkt Rinus nog een kopje koffie of thee mee, maar vermoedelijk is hij door de mist toch iets verlaat. De telefoon gaat en de chauffeur meldt dat hij met de auto in de file staat. Wat moet Henk doen? Zal hij met zijn eigen auto gaan of nog even wachten? Hij besluit geen risico te lopen, pakt gauw zijn spullen bij elkaar, groet haastig zijn vrouw en rijdt weg in zijn grote BMW.

Het is behoorlijk mistig. Hij rijdt door de weilanden, langs sloten en bomen. Hij belt zijn chauffeur om te zeggen dat afhalen niet meer nodig is. De chauffeur meldt dat bij hem alles potdicht staat. Op de radio werden files genoemd, maar de chauffeur had net niets kunnen horen over de bestemming voor zijn baas. Henk hoort het aan. Zal hij de snelweg nemen om vermoedelijk in een file aan te sluiten of zal hij door de polder blijven rijden? Hij aarzelt, het is de keuze tussen twee kwaden. Wat is het toch een pokkenland! Toen hij twee jaar geleden in Zuid-Amerika gestationeerd was, had hij nooit last van files. Nu werd hij er regelmatig door geplaagd. Wie zo'n belangrijke functie heeft als hij zou toch voorrang moeten hebben. Op kantoor kent hij alle denkbare privileges, maar op de weg is hij gewoon als alle anderen. Of ze nu een baan hebben als administratieve kracht of als postjongen, in een Escort rijden of in een Lada, ze gaan verdorie net zo snel, of liever gezegd, hij gaat net zo langzaam. Hij beschikt weliswaar over autotelefoon, maar daar gaat hij geen kilometer sneller door. Bij de volgende kruising moet Henk kiezen wel of niet de snelweg op te gaan. Hij, die anders zo gemakkelijk beslissingen neemt over belangrijke zaken en waar soms miljoenen guldens of honderden arbeidsplaatsen mee zijn gemoeid, begint steeds langzamer te rijden om de keuze nog even uit te stellen. Hij nadert het kruispunt stapvoets, neigt richting snelweg, maar draait dan toch naar rechts om de polderweg te nemen, want daar staan in elk geval nooit files.

Het zicht wordt er in de polder niet beter op. De bochten doemen soms verrassend op, zodat hij besluit iets voorzichtiger te rijden. De weg kent hij toch minder goed dan hij dacht. Daar rijdt hij zelfs even door de berm! Hij rijdt nog te hard. De dichte mist lijkt het zicht soms geheel te ontnemen, zodat dat hij nog meer vaart moet minderen. Hij rijdt nu heel zachtjes. Eventjes

denkt hij aan zijn optreden van zo meteen, maar snel wordt zijn aandacht getrokken door een tractor die half in de berm staat, en gelukkig weet hij op tijd te remmen. De tractor inhalen is griezelig, want het zicht is heel beroerd. Een bestuurder van de tractor is in geen velden of wegen te bekennen, ofwel niet binnen een straal van twintig meter. Hij haalt in, op hoop van zegen. Zegen dus, want er komt geen tegenligger.

Hij vervolgt zijn weg, maar herkenning is er niet meer bij. Hij rijdt zo zeker een kwartier door. Zou hij de afslag naar links wel zien? Alle oriëntatie is verdwenen. Is hij er misschien onbewust voorbij gereden? Maar ja, in de mist ga je niet zo snel, dus de afslag zal nog wel komen. Een afslag naar rechts, dat is gek, en hij stopt. Hij kan zich geen weg naar rechts voor de geest halen en er staat ook geen verkeersbord. Aangezien meestal zijn chauffeur rijdt, is het niet verwonderlijk dat hij de weg niet kan dromen, maar een weg naar rechts zou hij zich toch moeten herinneren. Henk kijkt op zijn horloge. Nog geen reden tot paniek, want er is op zich genoeg tijd, maar het is wel vervelend dat de ingebouwde reserve deels wordt opgesnoept.

Hij staat nog steeds stil. Hij begint te twijfelen. Was er voor de afslag naar links nog eerst een afslag naar rechts? Waarom komt er niet iemand langsrijden aan wie hij de weg kan vragen? Op de snelweg staan ze stil omdat er teveel auto's rijden en nu staat hij hier stil, omdat hij wacht op een toevallig voorbijkomende automobilist. Na enkele minuten ziet hij eindelijk koplampen opdoemen en hij knippert. Hij laat het raampje zakken en gebaart naar de tegemoetkomende auto. De auto stopt en een dame draait haar raampje open en luistert naar Henk. Zij meent dat hij gewoon nog een eindje rechtdoor moet en dan links. Precies wat hij dacht. Opgelucht rijdt hij verder. Hij denkt weer aan de aandeelhoudersvergadering. Wat heerlijk dat hij zoveel positieve ontwikkelingen kan schetsen en een glimlach verschijnt op zijn gezicht. Wie in een raad van bestuur zit, is meestal een beetje ijdel. In zijn gedachte hoort Henk al het applaus dat hem ten deel zal vallen. De tevreden aandeelhouders, de goedkeurende blikken van zijn medebestuursleden, daar kan hij een kick van krijgen. Hij heeft het weer gefixt.

De weg naar links wil maar niet komen. Sterker nog, er duikt weer een weg naar rechts op. Hij stopt. Na die ene dame was hij geen tegenliggers meer tegengekomen. Zal hij gewoon terugrijden, helemaal terug en dan toch de snelweg nemen? Maar dan komt hij misschien alsnog in de file. Wat te doen?

Wellicht kan hij het beste nog even doorrijden om te zien of die weg naar links gauw komt. De mist is verschrikkelijk. Hij krijgt het op zijn heupen. Waar blijft die weg? De weg is weg lijkt het wel. Dan ziet hij de lichten van een boerderij. Hij zet zijn auto aan de kant en belt snel aan. Een vrouw doet open, hoort hem aan en vertelt vriendelijk dat hij moet terugrijden en bij de eerste weg rechtsaf. Als hij weer in zijn auto stapt, hoort hij op de radio nog net het einde van de fileberichten. Hij keert snel en belt zijn chauffeur op. Die weet vast of er een file op de snelweg naar zijn bestemming staat.

Volgens de chauffeur staat er geen file! Hoe is dat nou mogelijk met al die mist! Helemaal terugrijden om de snelweg te nemen zal met de heviger wordende mist echter een te grote omweg zijn. En zoveel tijd heeft hij nu niet meer. Dus toch maar die eerste weg naar rechts inslaan. Henk belt naar het directiesecretariaat om door te geven dat hij onderweg is en dat ze zich geen zorgen hoeven te maken over zijn komst, maar tijdens het telefoneren staat er aan de rechterkant van de weg een tractorcombinatie met oranje zwaailicht. Henk rijdt er keurig voorbij, maar ziet helaas niet dat daarachter de afslag naar rechts schuilgaat. Het bereiken van de afslag naar rechts duurt weliswaar veel langer dan hij had verwacht, maar uiteindelijk draait hij tevreden de bocht door. Even later komt hij bij een T-kruising, waar hij moet kiezen tussen links of rechts. Hij kiest links en eindigt bij een boerderij, waarna de weg overgaat in een zandpad. Henk concludeert dat hij bij de T-kruising rechtsaf had moeten gaan en ziet op zijn horloge dat de tijd begint te dringen. Hij draait om en rijdt iets te hard terug naar de T-kruising zodat hij per ongeluk door de berm rijdt en kennelijk een paaltje raakt. Henk hoort een harde tik, gevolgd door een schurend geluid onder de auto. Hij heeft nu geen tijd om te kijken en geërgerd rijdt hij verder, toch maar weer iets minder snel dan daarnet. Met een opgelucht gevoel passeert hij de T-kruising. De schade door het paaltje is hij al vergeten en met zijn gedachten is hij weer terug bij de vergadering. Een glimlach verschijnt op zijn mond, maar niet voor lang. Zijn gezicht betrekt als de weg bij een weilandhekje lijkt te eindigen. Zijn intuïtie zegt hem dat de situatie uitzichtloos is, maar rationaliteit wint het bij de topmanager. Hij denkt

na en besluit zijn chauffeur te bellen. Die blijkt in gesprek. Hij belt weer naar kantoor.

"Staat u in de file?" vraagt de secretaresse.

"Nee, dat niet, maar ik weet domweg niet waar ik ben."

"Bent u dan ontvoerd?" vraagt ze bezorgd.

"Nee, ik zit in m'n auto, maar ik ben door de mist helemaal verkeerd gereden en ik probeer Rinus de chauffeur te bellen, want die kan misschien uitleggen waar ik in hemelsnaam terecht ben gekomen".

Bij het hek komen een paar nieuwsgierige koeien aanlopen.

"Probeer Piet te bereiken met de vraag of hij mij meteen wil bellen. Het is heel dringend en dan hang ik nu weer op om Rinus te pakken te krijgen."

"Ja Rinus, ik weet niet waar je nu bent, maar je moet me even helpen. Ik ben de weg kwijt."

"Nou, zegt u maar waar u bent."

"Dat is het juist, ik weet niet waar ik ben."

"Zit u soms op de weg door de polder?"

"Ja, bij een boerderij ben ik weer teruggereden en toen rechtsaf. Bij de T-kruising rechtsaf en nu sta ik hier op een doodlopende weg bij een hek van een weiland met allemaal koeien. Weet je waar ik kan zijn?"

"Was het een boerderij met een brug ervoor?"

"Nee niet die boerderij, een andere."

"Wat zijn het voor koeien?" "Hoezo wat voor soort koeien?"

"De kleur bijvoorbeeld."

"Gewoon zwart-wit."

"Niet toevallig bruin-wit?" "Nee, geen bruin-witte koeien."

"Had je het anders geweten? Helaas, ze zijn zwart-wit."

"Wat voor dak had de boerderij?"

"Geen idee, de boerin had donker kort haar, heb je daar iets aan?"

"Zwart haar met blauwe ogen?"

"Ik geloof dat ze inderdaad blauwe ogen had."

"Hmm, ik zou het niet weten meneer."

"Dus je weet het niet? Waarom vraag je dat dan van die blauwe ogen? Ik hang op want ik word zo teruggebeld."

Inderdaad belt Piet de voorzitter van de Raad van Bestuur kort daarna op.

"Zo Henk, sta je vast in de file?"

"Nee, ik was alleen bang dat ik in de file terecht zou komen."

"Ik zou zeggen wees niet bang om hier naartoe te komen, want we hebben je hard nodig."

"Dat snap ik, maar ik weet niet waar ik ben."

"Wat is dat voor flauwekul?"

"Ik ben m'n hele oriëntatie kwijt."

"Wou je zeggen dat je niet komt?"

"Daar ben ik wel bang voor. Ik haal het gewoon niet meer op tijd. Suzanne heeft een setje van de dia's en de teksten, dus misschien kun jij de presentatie overnemen. Sorry hoor, maar ik kan er niks aan doen. Ik sta hier hopeloos in de mist."

"Hopeloos ja, hopeloos de mist in!"

 

Henk hangt mistroostig op en probeert te begrijpen hoe dit hem heeft kunnen overkomen. Bang voor een beetje file die er niet eens bleek te zijn. Alles de mist in, een file morgana.