Woord vooraf - De intelligente organisatie

Organisaties die willen overleven moeten hun prestaties managen. Dat is gemakkelijk gezegd, maar er komt heel veel voor kijken. Vanuit de bedrijfskundige hoek verschijnen jaarlijks meer dan duizend publicaties die hiervoor concepten en praktische handvatten aanreiken. Deze concepten dragen namen zoals business performance management, corporate performance management of in gewoon hollands: prestatiemanagement. Er zijn inmiddels miljoenen webpagina’s aan dit onderwerp gewijd. Een vast element van die benadering is het werken met indicatoren en managementdashboards. We wijzen slechts op de grote belangstelling voor besturingsmodellen zoals de Balanced Scorecard, het INK-model, Six Sigma en de organisatiecockpit. Aan concepten dus geen gebrek, de implementatie ervan bezorgt menig manager niettemin hoofdbrekens. Een organisatie die een prestatiemanagementsysteem wil invoeren krijgt steevast te maken met randvoorwaarden op organisatiekundig en veranderkundig gebied die vervuld moeten zijn. Bij het vervullen van de organisatiekundige condities speelt het informatiemanagement (en meer algemeen de inzet van ICT) een zeer belangrijke rol die in de literatuur relatief onderbelicht is gebleven.

Gelukkig brengt Daan van Beek daarin met zijn boek ‘de intelligente organisatie’ verandering. Dit voor velen vaak moeilijk begaanbare gebied maakt hij toegankelijk door een organisatie menselijke eigenschappen toe te dichten. Volgens Van Beek heeft een organisatie, net als een mens, ogen en oren, een brein, evenals handen en voeten. Op die manier maakt hij aannemelijk dat organisaties net als mensen intelligent kunnen zijn: als zij hun hersens maar goed weten te gebruiken. Deze ‘business intelligence’ begint heel eenvoudig, met het (willen) oppakken van signalen die afkomstig zijn van goed gekozen sensoren en deze te vertalen tot betekenisvolle informatie, bijvoorbeeld door ze te relateren aan kritieke succesfactoren en prestatie-indicatoren. Deze informatie kan op basis van ervaring en beschikbare andere informatie uitgroeien tot kennis die weer aanleiding kan zijn tot actie. Dergelijke informatieverwerking vindt plaats in cycli. Maar echte intelligentie is meer. Intelligentie moet ook leiden tot intelligent gedrag: erkennen dat je fouten maakt, je ego opzij zetten, eigen belang en vooroordelen loslaten, de juiste keuzen maken en sneller reageren op ontwikkelingen. Ook in dat opzicht kunnen bepaalde organisaties meer ‘business intelligent’ opereren dan andere. En dat nu is een belangrijke factor om te overleven.

Het is de verdienste van Daan van Beek dat hij laat zien hoe bestuurders en managers ICT kunnen inzetten om hun organisatie intelligenter te maken. Voor hen heeft hij zijn business intelligence concept ontwikkeld. Hij presenteert dat in een glasheldere structuur die de lezer steeds verder inwijdt in het betekenis geven aan grote hoeveelheden data. Ik geef graag toe dat niet-ICT’ers, zoals ik, dergelijke kost in de regel graag overslaan. Maar Daan van Beek is in zijn missie geslaagd: de begrijpelijke opbouw en de vele aansprekende voorbeelden in de eerste hoofdstukken maken dat je als lezer graag wil weten ‘hoe het nu echt moet’ en met plezier verder leest. Je begint het te snappen: hoe meer data, hoe meer systematische scanning mogelijk wordt, en hoe beter de prestaties dus kunnen zijn!

Mr. Leo A.F.M. Kerklaan
Organisatie-adviseur en vennoot Holland Consulting Group Auteur van: De cockpit van de Organisatie (Kluwer, 2003), De resultaatgerichte overheid (SDU, 2004)